Zoals een erkende loodgieter bij een lekkage meteen kan zien dat je een beetje hebt lopen doe-het-zelven, zo herkent elke tekstschrijver de huisvlijt van een amateur. En reken maar dat die er is, op ieder niveau.

Vacatureteksten van de HR-manager, woordspelige slogans uit de koker van de baas zelf en jolige Facebook-posts afkomstig uit het toetsenbord van de stageloper… Elke professional ziet meteen: hier is het mis. Gebrek aan creativiteit, geen wil om echt te communiceren met doelgroepen, liever zelf aanrommelen en waarschijnlijk nog verkeerd zuinig ook.

Maar heus niet alleen de professionele copywriter heeft het door wanneer je het niet zo nauw neemt met je teksten; ook je klanten, prospects en beoogde sollicitanten merken direct het verschil tussen een goed verhaal en eigen knutselwerk. In het gunstigste geval doordat het verhaal domweg niet aankomt en de ontvanger er niks bij voelt. In het slechtste geval door irritatie of daadwerkelijk hoofdschudden.

Amateurfouten

De meest voor de hand liggende oplossing is uiteraard een ervaren tekstschrijver inhuren. Maar als je dat niet wilt (of nog steeds denkt dat je het toch echt wel zelf kunt, met je spellingchecker), dan volgt hier een kort overzicht van de belangrijkste amateurfouten die je kunt vermijden.

  1. Woorden die (bijna) altijd fout worden geschreven, zoals stagiaire, continue, bedoeld (en nog veel meer). ‘Stagiaire’ is alleen vrouwelijk, ‘stagiair’ is mannelijk of algemeen. ‘Continue’ is alleen goed als je bijvoorbeeld spreekt van een ‘continue stroom van data’, maar die ‘e’ mag weg bij ‘een continu veranderende markt’. Zo is ‘bedoeld’ met een ‘d’ goed als voltooid deelwoord (‘dat heb ik niet bedoeld’), maar niet bij ‘ik weet wat je bedoelt’ in de tegenwoordige tijd. Loop nog eens je basisregels van grammatica door en check nog even ‘t kofschip.
  2. Samengestelde woorden die niet aan elkaar zijn geschreven. Een ‘plastic fabriek’ is echt wat anders dan een ‘plasticfabriek’ en ‘communicatie misser’ is een communicatiemisser. Hier vind je nog meer mooie voorbeelden van onjuist spatiegebruik.
  3. Spiegelgladde clichés. Een ‘jong en dynamisch bedrijf’ waar je geacht wordt ‘geen 9 tot 5 mentaliteit’ te hebben… oubolliger kan het echt niet. Net als ‘de klant centraal stellen’ of ‘kwaliteit hoog in het vaandel hebben’. Zulke clichés zijn zó afgevlakt dat ze niets, maar dan ook niets meer te vertellen hebben. Nou ja, behalve dat je met een saaier dan saai bedrijf van doen hebt.
  4. Afschuwelijk (management)jargon en onnodig hippe (Engelse) termen. ‘Sturen op resultaat’, ‘bruggenbouwer’, ‘facilitator’, ‘supply chain’, ‘ketenpartner’, ‘(vul in) zit in het DNA van onze organisatie’ … Allemaal gebakken lucht. Het is niet verboden natuurlijk, maar het is wél te erg voor woorden. Dikdoenerij die je alleen moet gebruiken als je business ook bestaat uit dikdoenerij. Dan klopt het weer helemaal.
  5. Ambtenarentaal en ouderwets taalgebruik. ‘Dienen te’ in plaats van ‘moeten’, ‘draagvlak creëren’, ‘klankborden’, alweer holle frasen en verdoezelend taalgebruik. Bijna net zo erg als het hanteren van ouderwetse uitdrukkingen en die dan ook nog eens verkeerd schrijven: ‘ten alle tijden’, ‘in grote getalen’. Bij de gemeente Utrecht proberen ze er wat aan te doen, dus alle reden om dit voorbeeld te volgen.

Als je deze vijf basismissers in gedachten houdt, maak je alvast een grote sprong voorwaarts. En anders? Huur voor de aardigheid eens een ervaren tekstenmaker in!